Activiteiten‎ > ‎Ons heemcentrum‎ > ‎Collectie‎ > ‎

De karnton

De voormalige Udenhoutse zuivelfabriek, in de volksmond meestal melk- of boterfabriek geheten, huisvest reeds verscheidene jaren de EMTE binnen haar muren. De fabriek " was niet meer groot en modern genoeg, en bijgevolg onrendabel. Toch was deze fabriek, in het begin van de zestiger jaren gebouwd, al een combinatie van melkfabrieken uit Udenhout en omgeving. Ook in deze sector moet het almaar groter en sneller. 

Zo'n honderd jaar geleden had bijna elk boerengezin een klein boterfabriekje" aan huis! Een groot rad waarin een hond kon lopen was met een stang verbonden aan de ton waarin de melk zat. Door het almaar lopend blijven van de hond draaide het rad rond en werd de "arm" in de ton op en neer bewogen en de melk geklutst. Zo werd uit de melk boter gemaakt. Wat overbleef was de karnemelk. O wee, als de hond uitviel, dan moesten de kinderen het rad draaien. Later gebeurde het volledig met menskracht. Toen kwam namelijk de karnton of boterstand in gebruik. (zie foto) In de kan of de ton werd de melk gegoten. Deze moest eerst zuur worden. Dat duurde ongeveer 3 a 4 dagen. Soms probeerde men dat wat te verhaasten door de melk in de zon of achter de kachel te zetten. Wanneer de melk een beetje korrelig begon te worden, kon het karnen beginnen. 

De stok (zie foto) met daaraan een stamper moest net zo lang op en neer gehaald worden tot zich een klonterige massa ging vormen. Het was een taai en eentonig werk. Niemand vond dit fijn. Als dit proces niet snel genoeg ging, deed men er (stiekem) wel eens wat warm water bij! Wanneer na 35 a 45 minuten de boter zich ging vormen, gebruikte de boerin (want bij haar hoorde dit werk doorgaans) een houten lepel om van die geklonterde brij een mooi ronde boterkluit" te maken, hier en daar ook wel "weg" genoemd. Vandaar het woord boterweggen. De kluit werd dan in een soort vergiet gelegd om uit te druipen. Er werd ook een beetje zout bij gedaan voor de smaak. De boter voor eigen gebruik werd nog wel eens extra gezouten om het al te royaal gebruik (dik smeren) te voorkomen! De boter die voor de verkoop naar de markt of botermijn werd gebracht, moest natuurlijk mooi ogen. Daarom werd veel zorg besteed aan de vorm van de kluit. Zo'n kluit varieerde in gewicht van 5 tot 15, soms 20 pond. Boter is altijd een kostelijk artikel geweest. 

De behandeling van de melk, het karnen en het kneden evenals het materiaal dat hierbij dienst deed, eisten voortdurend veel zorg en oplettendheid en bij dit alles moest vooral de uiterste zindelijkheid betracht worden. Er bestond toen nog geen Warenwet, maar de meeste boerinnen hadden toch we! zoveel verantwoordelijkheidsgevoel dat zij het hele "botergebeuren" extra hygiënisch verzorgden. De hier getoonde karnton is in het bezit van Heemcentrum "'t Schoor".